Gastrinegehalte

Gastrine is een hormoon dat onder andere de aanmaak van maagzuur stimuleert. Dit zuur is belangrijk voor de spijsvertering. Wanneer de maag te weinig zuur heeft zal het gastrine toenemen. Het hormoon gastrine heeft meerdere functies: het stimuleert de uitscheiding van zoutzuur, het verhoogt het aantal spiersamentrekkingen in het onderste deel van de maag en het regelt de aanmaak van pepsinogeen, een enzym dat een belangrijke rol vervult bij de afbraak van eiwitten.

Wanneer er sprake is van maagklachten wordt er vaak onderzoek gedaan naar het gastrinegehalte in het bloed. Door middel van een bloedonderzoek kunnen de waarden worden bepaald. Bij het bepalen van het gastrinegehalte kan achterhaald worden wat de oorzaak kan zijn van de maagklachten.

Gastrine test

De bloedtest meet de hoeveelheid gastrine in het bloed.  Gastrine wordt afgescheiden door G-cellen gelegen in de maagwand. Maar ook tumoren kunnen gastrine produceren. De hoeveelheid gastrine in bloed geeft informatie over het functioneren en intactheid van de maagwand en over de zuurgraad in de maag. Een hoge gastrineproductie is een gevolg van een stijgende pH in de maag.

Gastrinewaarden

In de meeste gevallen wordt er gesproken van een normale waarde bij een nuchtere waarde van gastrine 120 ng/L.

Een verhoogde gastrinewaarde (hoger dan 200 ng/L) betekent dat de pH van de maag hoog is omdat er te weinig zuur aanwezig is. Dit kan het gevolg zijn van het gebruik van maagzuurremmers, een ontsteking van de maagwand of een infectie met de bacterie Helicobacter pylori.

Extreem hoge uitslagen (meer dan 1000 ng/L) kunnen wijzen op een gastrinoom. Bijvoorbeeld ingeval van het Zollinger-Ellison syndroom is een tumor in de twaalfvingerige darm of in de alvleesklier de oorzaak van overmatige gastrineproductie.